Al in 1960 werd besloten om bij het Westfries Museum voor een dag per week een archeoloog aan te stellen voor het beheer van de snel groeiende collectie bodemvondsten uit West-Friesland. In de loop der jaren is de inhoud van deze functie geleidelijk veranderd en kwam de zorg voor het Hoornse bodemarchief (de overblijfselen van vroegere menselijke aanwezigheid die in onze bodem bewaard zijn gebleven) centraal te staan. Van een officieel gemeentelijk archeologiebeleid was nog geen sprake. Met het verschijnen van de beleidsnota "Naar een modern archeologisch beleid in de nieuwe eeuw" in het voorjaar van 2000 kwam hierin verandering.
Sindsdien is sprake geweest van een aantal belangrijke structurele ontwikkelingen die hebben geleid tot de uitbreiding van de werktijd van de gemeentelijk archeoloog van 2 dagen per week tot full-time, de aanstelling van een archeoloog en een veldtechnicus/restaurateur. Op deze wijze werd het mogelijk om het archeologiebeleid handen en voeten te geven.
De nieuwe Wet op de Archeologische Monumentenzorg en de daarmee samenhangende regelgeving maken het noodzakelijk dat Archeologie Hoorn zich voorbereidt op de hieruit voortvloeiende nieuwe taken. Dit heeft ertoe geleid dat in het voorjaar van 2007 de nieuwe beleidsnota "Een Waardevol Bezit" aan het College van B&W is aangeboden. De als bijlage toegevoegde archeologische beleidskaart voor de gemeente Hoorn is in december 2007 door de gemeenteraad vastgesteld.