Baron Van Dedem

Baron Van Dedem

Mr. Willem Karel baron Van Dedem wordt in 1839 geboren op het landgoed Vosbergen bij Heerde. Na zijn promotie op de financiële situatie in Nederlands-Indië kiest hij voor een loopbaan als advocaat in Semarang.

In 1873 keert hij terug naar Nederland, op zoek naar een functie waarin hij de gemeenschap kan dienen. Daarin slaagt hij: bij Koninklijk Besluit wordt hij op 30 juni 1875 benoemd tot burgemeester van Hoorn, als opvolger van de twee weken eerder vrijwillig teruggetreden jonkheer mr. W.C.J. de Vicq.

De Hoornsche Courant, die in die tijd twee keer per week verschijnt, maakt kort en zakelijk gewag van deze wisseling van de wacht. Geen interviews of redactioneel commentaar, totdat de nieuwe burgemeester in de krant geciteerd wordt tijdens zijn installatie op 16 juli. Hij spreekt de gedenkwaardige woorden 'Deze gemeente heeft een schoon verleden, doch wij willen daarop niet teren.'

Van Dedem is burgemeester van 1875 tot 1891. In die jaren gebeurt er nogal wat in en aan de stad.

Zo wordt de Stadsdoelen, die tekenen van verval begint te vertonen, door de gemeente verkocht. In 1877 wordt de Rechtbank opgeheven; het gebouw wordt overgedragen aan het Rijk, onder de voorwaarde dat het deels kan worden ingericht als Westfries Museum. Van Dedem kan worden beschouwd als de initiatiefnemer tot de oprichting van het museum.

De Koepoort wordt gesloopt en dankzij ingrijpen van de Minister van Binnenlandse Zaken kan het besluit om ook de Oosterpoort te slopen nog net ongedaan worden gemaakt. De restauratie wordt deels door het Rijk, deels door een particulier gefinancierd. De gemeente kiest ervoor geen aandeel voor haar rekening te nemen. Het is de tijd van 'opgeruimd staat netjes'.....

Gebouwd wordt er ook. In 1879 start de bouw van de Koepelkerk en twee jaar later de herbouw van de Grote Kerk, na de zoveelste brand. Ook komt de bouw van verschillende scholen tot stand: de scholen voor 'kosteloos onderwijs' in de Muntstraat, de burgerscholen in de Kruisstraat en op het Nieuwe Noord, een Mulo voor meisjes.

In 1884 kan Hoorn met grote feestelijkheden de opening van de spoorlijn naar Zaandam vieren. Een jaar later volgt de lijn richting Enkhuizen. In 1887 kun je ook met de trein naar Medemblik.

In Van Dedems ambtsperiode beleeft de gasfabriek een tijd van toenemende bloei. De gemeente neemt het bedrijf over, doet een aantal forse investeringen en weet niettemin de gasprijs stapsgewijs te verlagen zonder nadelig saldo voor het bedrijf.

In 1886 stelt de raad een krediet beschikbaar voor een onderzoek naar drooglegging van de Zuiderzee. Hoorn wil hier wel geld in steken, omdat de nog niet afgesloten Zuiderzee geducht kan spoken en het onderhoud van de waterkeringen handenvol geld kost. Van Dedem ziet in Hoorn een landstad in plaats van een havenstad: hij heeft geen enkel bezwaar tegen demping van het Hoornse Hop.

Van Dedem is geliefd als burgemeester. Niet alleen wordt de stoomboot naar Amsterdam naar hem genoemd, ook krijgt hij twee jaar na zijn dood een standbeeld. Het bescheiden zandstenen monument, gefinancierd door 'zijn vrienden', verhuist in de loop der jaren van de Ramen via de Van Dedemstraat naar het plantsoen bij het station. Een toepasselijke plaats gezien Van Dedems betrokkenheid bij de totstandkoming van veel plantsoenen in de stad en de bouw van het station.

Het vertrek van burgemeester Van Dedem komt even onverwacht als zijn komst. Bij de raadsvergadering van 1 september 1891 laat hij via de ingekomen stukken weten, dat hij benoemd is tot Minister van Koloniën en zijn ontslag aanbiedt. Ook op dat moment onthoudt de krant zich van enig commentaar. In zijn nieuwe functie is hij nauw betrokken bij de Atjeh-oorlog. Het Nederlandse koloniale bewind probeert Atjeh te annexeren, hetgeen bij de Atjehers tot guerilla-achtige oorlogsactiviteiten leidt.

In 1894 wordt het Ministerie opgeheven. Van Dedem gaat op reis naar India, Indië en Siam. Hij overlijdt in 1895 te Calcutta, kinderloos en pas 56 jaar oud, aan een hevige koorts. In 1960 krijgt de Slachthuisstraat, samen met het naamloze verlengde daarvan, van het gemeentebestuur de naam Van Dedemstraat. Zijn standbeeld stond van 1897 tot 1972 aan de Ramen, daarna in de Van Dedemstraat en momenteel in het Noorderplantsoen.