Jan Haring

Jan Haring

Jan Haring is een beroemde Hoornse held. Haring, gezien zijn naam vermoedelijk een telg uit een Hoorns vissersgeslacht, doet tijdens de Tachtigjarige Oorlog van zich spreken door twee heldendaden te verrichten. Beide gebeurtenissen spelen zich af in 1573.

Hazenpad
Het prinsgezinde West-Friesland wordt door Alva bedreigd. West-Friezen en watergeuzen spannen zich gezamenlijk in om de Spanjaarden te verslaan. Er doen niet alleen beroepssoldaten aan mee, ook burgers nemen de wapens ter hand. Zo ook Jan Haring, die veel roem weet te vergaren door het tijdens het beleg van Haarlem in z'n eentje op te nemen tegen een Spaanse overmacht. De West-Friezen hebben zich bij wijze van afleidingsmanoeuvre verschanst op de Diemerdijk langs het IJ en belagen van die kant de Spanjaarden. Dit pakt verkeerd uit: de overmacht blijkt te sterk en de West-Friezen moeten het hazenpad kiezen. Jan Haring dekt de aftocht van zijn kameraden. Hij houdt geruime tijd stand op een smal stuk dijk dat aan beide zijden door water omgeven is. Maar op een gegeven moment wordt het vijandelijk spervuur zelfs deze 16e-eeuwse 'Rambo' te gortig. Onder een regen van kogels duikt hij in het water, zwemt naar de overkant en rent over het weiland naar Monnickendam, waar hij ongedeerd aankomt. 'Dit stuiten der vijanden was de behoudenis van veelen zijner spitsbroederen; ende nerghens anders hunne wijk heen,' meldt geschiedschrijver P.C. Hooft over dit voorval.

Zeeslag
Bij het tweede huzarenstukje loopt het slechter af met onze held. In oktober 1573 vindt de 'Slag op de Zuiderzee' plaats. De Spanjaarden hebben in Amsterdam een sterke vloot uitgerust, waarmee zij de steden aan de Zuiderzee willen onderwerpen. De Spaanse vloot staat onder commando van admiraal Maximiliaan van Bossu, vanaf diens vlaggenschip 'De Inquisitie'. De vloot van de Hollanders en West-Friezen wordt aangevoerd door Cornelis Dircksz van Monnickendam. Als die gewond raakt, neemt schipper Jan Floor het bevel over. De strijd duurt vijf dagen, waarbij de schepen over de Zuiderzee zwalken. Ook voor de kust van Hoorn wordt stevig gevochten. Vanuit de stad wordt de West-Friese vloot van verse manschappen en munitie voorzien.

Jan Haring doet tijdens deze zeeslag opnieuw van zich spreken door in het want van het vlaggenschip van Bossu te klauteren, de admiraalsvlag los te snijden en de prinsenvlag te hijsen. Terwijl hij met de 'Inquisitie'-vlag naar beneden klimt, wordt hij door een kogel in de borst getroffen. Dodelijk gewond valt hij in zee. Zijn kornuiten dreggen hem op en dragen hem in een open kist naar het stadhuis, waar velen hem eerbiedig de laatste eer bewijzen. De admiraalsvlag wordt 'tot eeuwige gedagtenisse' in de toenmalige Grote Kerk (afgebrand in 1838) gehangen.

De West-Friezen winnen de 'Slag op de Zuiderzee'. Bossu wordt gevangen genomen en tegen betaling van losgeld vastgezet in het voormalige Weeshuis aan de Korte Achterstraat. Een gedenksteen in de gevel herinnert er nog aan. In het Westfries Museum aan de Rode Steen zijn de gouden drinkbeker en twee enorme zwaarden van Bossu te zien.

De overwinning heeft tot gevolg dat West-Friesland een zelfstandig en economisch onafhankelijk gewest wordt, met een eigen admiraliteit en een eigen munt.